In 1994 stond ik bij de droppings in Son te kijken ter gelegenheid van de vijftigste herdenking van de bevrijding van Eindhoven. Ik had in die tijd een zgn. Liberator, een Harley Davidson uit 1943, die door de Amerikanen na de oorlog was achtergelaten.
Er stond een jongeman naar te kijken die vroeg of hij er een foto van mocht maken. Uiteraard vond ik dat goed.

Dat is hoe alles begon. Hij stelde me voor aan zijn vader: Lester Hashey en een prima contact was geboren. We mailden, telefoneerden naar elkaar vanaf die tijd en in 2001 kreeg ik van hem een uitnodiging om deel te nemen aan de reunie van Easy Company en aanwezig te zijn bij de wereldpremiëre van de tv serie Band of Brothers ©.

Lester werd een dierbare vriend en slechts enkele uren nadat ik hem aan de telefoon had gehad (December 11, 2002) overleed hij plotseling. Zijn laatste woorden in dat telefoongesprek:: "Take care my buddy."

Ik heb deze pagina's gemaakt uit respect voor Lester en als dank voor de geweldige gastvrijheid die ik ondervond tijdens mijn bezoek aan zijn vrouw in oktober 2004.

Op de volgende pagina's mijn eerbetoon aan een goede vriend.

---"Als de Grote Jumpmaster zegt: 'Opstaan-Aanhaken' Zal ik klaar zijn om te springen"---
Zijn verhaal begint bij het Staats theater in de Congress Street. Hij herinnert zich nog goed een krantenartikel: "Paraski-troopers", over een compagnie paratroopers die uit vliegtuigen sprong, landde, de skies onderbonden en met hun machinepistolen van de bergen skieden. Voor een jongen die vele winter-namiddagen, trolley bussen ontwijkend, de straten van Munjoy Hill naar beneden skiede was dat een jongensdroom. Twee jaar later nam Lester op zijn 18-de verjaardag ontslag op de scheepswerf in South Portland om een leger parachutist te worden. Na de opleiding meldde hij zich voor de Airborne en ging in 1944 naar de Fort Benning spring school. Ongeveer de helft van degenen die zich hadden aangemeld slaagden niet maar hij wilde de "boot and wings". Toen hij met verlof thuis kwam dachten de mensen dat hij bij het Canadese leger zat omdat hij laarzen en een jack droeg dat voor parachutespringen werd gebruikt. Iets wat in die tijd geheel nieuw was. Daarna werd hij ingedeeld in Camp Mc.Call, bij een Luchtlandings Artillerie bataljon. Zij moesten 150-tigers (kanonnen) trekken alsof ze sledehonden waren met een onderofficier op de loop. Ze hadden enkele oefeningen tijdens de strenge winter in Noord Carolina en deden 3 betaalde sprongen in Europa waarna ze landden in Schotland op 6 juni '44. Er werd bekend gemaakt dat de luchtlandingstroepen de avond tevoren in Normandië waren geland. Iedereen was teleurgesteld omdat ze dachten dat ze te laat waren en na al die training de oorlog gemist hadden. Lester zei:"Jonge jonge, wat hadden we het mis". Hij was een teenager met een rugzak en een geweer in zijn hand voorwie het afschuwelijk was. Hij vertelde me: "Als er ooit iemand die in de oorlog is geweest, vertelt dat hij niet bang was, vertelt hij onzin" Ze waren ingekwartierd in Aldbourne Engeland in stallen, 4 per stal.
Hij was samen met John Julian (later KIA in Bastogne), Leo Metz (R) enToni Garcia (uiterst rechts), die tot aan Lester's dood nog zijn beste vriend was en die de oorlog zonder een
schrammetje doorkwam Op 17 september 1944 sprong hij op een heldere dag in Son, een klein dorp ten noorden van Eindhoven. Sgt. Carwood Lipton was zijn "jumpmaster" en Sgt.John Martin was de "pusher". (zie rooster) Lester was de17-de man in de "stick". Vanaf de landingsplaats moesten ze de brug in Son veiligstellen maar ze kwamen net te laat. De brug werd door de Duitsers bijna in hun gezicht opgeblazen toen ze tot op enkele meters genaderd waren. Ze moesten een nieuwe overgang maken en gebruiken daarvoor. onder andere, schuurdeuren. Hashey vertelt:"In een van die schuren zag
 
ik opgezette paardehoofden hangen. Ik was wel gewend om opgezette hertekoppen te zien maar dit had ik nog nooit gezien. Dat zal ik nooit vergeten. Zo zal ik ook nooit de grote aantallen blije mensen vergeten die ik in Eindhoven zag. Ze gaven ons fruit en drinken en volgens mij hebben we honderden keren onze handtekening moeten zetten." De gevechten rond Eindhoven maakten deel uit van operatie Market-Garden. Ze moesten doorstoten naar het noorden (Arnhem) via een smalle gevaarlijke weg die na de oorlog "Hell's Highway" werd genoemd. Op 22 oktober 1944 gingen ze met een groep onder leiding van Fred "Moose" Heijliger de Nederrijn over om 130 Britse Red Devils te redden, onder de neus van de Duitsers. Deze actie is te zien in deel 5 van de tv-serie. Ze slaagden uiteindelijk maar Lester zegt dat het de meest angstige nacht was die hij had meegemaakt en die hij nooit zou vergeten.Na Holland gingen ze rond 1 december 1944 naar Mourmelon in Frankrijk.
Toen de groep op 16 december vertrok kreeg hij van Sgt. Floyd Talbert de opdracht om de plunjebalen te bewaken omdat hij na de dropping in Son last had van zijn enkel .
Hij had alle geluk van de wereld toen hij op een morgen wakker werd in een windmolen (R) naast de "Nederrijn"
bij Heteren in Holland. Hij rook dat er iemand buitenvlees aan het bakken was en ging samen met zijn maat naar beneden om mee te eten. Een paar seconden later werd de molen geraakt door een Duits 88 mm. kanon en hun slaapzakken werden daarbij aan flarden gereten.
Op 29 december 1944 kwamen ze in Bastogne aan en raakten betrokken bij wat later de Slag om de Ardennen zou worden genoemd. Lester vertelt: "Dat was de ergste periode uit de oorlog . We hadden 's-morgens het dorp ingenomen en de Duitsers verjoegen ons 's-avonds weer. Ze wisten precies waar we onze schuttersputjes hadden gegraven en op een nacht gaven ze ons er verschrikkelijk van langs." Vanwege het specifieke geluid dat de Duitse granaten maakte werden ze "Hitler's harmonica's" genoemd. In de nacht van 14 januari 1945 werd hij in zijn schuttersputje door granaatscherven geraakt in zijn schouder.
 
Tony Garcia - Lester Hashey
Hij merkte het niet door de pijn maar doordat zijn rug warm werd, naar later bleek door het bloed. Ook werd zijn long doorboord. Dat was zijn laatste dag op het slagveld. Later werd hij overgeplaatst naar een unit van de militaire politie in Brussel (L) voordat hij terug ging naar de Verenigde Staten.
Omdat hij gewend was aan Londen en Paris en omdat hij stapel verliefd was op een meisje van het Rode Kruis (dat hij in Le Havre had ontmoet) tekende hij opnieuw bij. Eigenlijk wilde hij niet in het leger blijven..... Hij werd chauffeur bij het korps financiële zaken en hij moest door heel Frankrijk, Nederland en Belgie rijden omdat de manschappen betaald moesten worden die daar nog steeds gelegerd waren. Nadat die troepen naar Duitsland waren vertrokken werd hij in Berlijn gestationeerd. Hij kwam 30 dagen te laat omdat hij een Parijs een meisje had ontmoet dat hem dansen had geleerd. Hij vertelde me dat het hem zijn PFC streep kostte maar dat hij er dat wel voor over had gehad. Hij moest onder andere wachtlopen in de Spandau gevangenis waar later Ron Speirs directeur van is geweest. Na zijn ontslag uit het leger werkte hij als een kantoormachine-reparateur in het koude noorden van Maine. Maar zijn

 
verhaal was nog niet over. Voor iemand die zich had voorgenomen niet in het leger te blijven bracht de tijd iets anders.Na de oorlog bleef hij in Europa en trouwde aan het begin van de Berlijnse blokkade. Hij ging op huwlijksreis in een kolentransportvliegtuig, een C47 die geen deur had. Later realiseerde hij zich dat dit de eerste keer was dat hij gewoon met een vliegtuig landde. De andere keren was hij er uitgesprongen. Hij was een sportman, zwemmer en deed ook aan schermen.  
Zo schermde hij op zondagmorgen met de zoon van Ernest Hemmingway (boven links). Vanwege zijn zwemsport werd hij voor 6 jaar de coach van de Berlijnse zwemploeg. Voor
 
iemand die dus altijd had gezegd dat hij nooit in het leger zou blijven heel verrassend.Hij reisde de hele wereld over. Hij trainde mensen in het zwemmen en gaf cursussen reanimatie aan mensen van het Rode Kruis bij elk peleton in Ford Bragg. Ook gaf hij duiklessen aan speciale legereenheden. Hij werd later ingedeeld bij een zeer geheim onderdeel van 501 Army Security Agency dat in Korea gelegerd was en dat later werd overgeplaatst naar Japan.
In 1963 had hij drie opties. Met pensioen gaan, met goedkeuring van zijn gezin naar Vietnam gaan en als laatste: manager worden van een heel groot RR centrum aan de Chinese zee of zo'n centrum aan de rode zee in Ethiopië. Omdat zijn zoon net was geboren en hij 20 jaar eigenlijk wel genoeg vond voor iemand die zich eigenlijk had voorgenomen om na de oorlog het leger te verlaten, koos hij voor het pensioen en verliet hij op 38 jarige leeftijd het leger. Die 20 jaren waren het beste wat hem ooit was overkomen.
Hem werd een baan aangeboden als vertegenwoordiger van eerste hulp, waterveiligheid voor kleine vaartuigen. Die baan bracht verantwoordelijkheid met zich mee over de rode kruis afdelingen van 3 staten. Hij was directeur van 22 zgn. 'waterscholen" tijdens 10 daagse zomerkampen die een keer per jaar werden gehouden. Hij was de enige bij de staf van het nationale rode kruis die geen diploma had. Maar hij had iets dat veel waardevoller was: Gedurende 18 jaar had hij over de hele wereld les gegeven aan mensen van het Rode Kruis.In 1972 werd hij geplaatst in Portland Maine, zijn geboortegrond, waar toen zijn moeder en oma nog woonden. Hij werd verantwoordelijk voor alle instructeurs in de staten Maine, New Hampshire an Vermont. Ze begonnen hun reanimatietrainingen met maar een "Annie" beademingspop en nu hebben ze er 100. Ik geeft het je te doen om iemand een 50 meter bad door te slepen terwijl je met beademing bezig bent op 65 jarige leeftijd! In 1991 ging hij met pensioen en tot in de eerste helft van 2002 zwom hij nog steeds 3 keer per week. Vanwege het feit dat hij nieuwe knieën had gekregen en twee herseninfarctenhad gehad, moest hij met tafeltennis stoppen. Hij woonde tot zijn dood in 2002 in Maine.
Lester: " In het eerste deel van mijn leven leerde ik hoe ik levens moest nemen en in het laatste deel gaf ik les in het redden van levens. Ik heb er geen spijt van.

Als de Grote Jumpmaster in de hemel zegt: "Opstaan - inhaken" zal ik klaar zijn om te springen omdat ik van alles het beste heb gehad. 43 Jaar een fijne vrouw, drie geweldige kinderen en drie kleinkinderen. Jonge wat heb ik geluk gehad."

Text and photos courtesy Lester Hashey

PAGINA'S

1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8

Peter van de Wal ©